Vijf maanden is het intussen geleden. Dat een onbekende man me met geslepen degens te lijf ging. Vandaag ben ik zo goed als helemaal hersteld, maar de angst blijft. Het ging uiteindelijk ‘maar’ om haar, al zal je me dat niet zo snel meer horen zeggen.

“Wat ga je precies laten doen”, vroeg een vriendin terwijl ze haar kersverse baby rustig in slaap wiegde. “Dezelfde snit maar dan een beetje korter, uitgroei wegwerken en de kleur opfrissen.” Ik ging die namiddag naar een kapper bij haar in de buurt, een salon dat ik hoofdzakelijk uit praktische overwegingen gekozen had. Zo had ik meer tijd om koffie te drinken en haar geweldig goed gelukte baby te bewonderen. Al was de keuze voor het salon misschien toch niet zo random als ik laat uitschijnen. Een paar dagen eerder had ik een telefonisch interview met de eigenaar. Hij bracht me op de hoogte van de allerlaatste feestkapseltrends en gebruikte een moeilijk woord zoals ‘torsen’, iets wat ingewijden met je haar kunnen doen. Hij leek te weten wat er op de hoofden van catwalkmodellen gebeurde en dat boezemde me vertrouwen in. Het was duidelijk dat hij wist dat je meer met haar kan dan highlights trekken of een nekje opscheren.
De naam van zijn salon trapte mijn buikgevoel wakker (het was nog net geen ‘Kapper ‘t Kapperken’) maar ach, what’s in a name,  ik had ook wel eens een Barbiepop Hawaïna genoemd. En bovendien: “Er kan weinig misgaan. Ik wil gewoon een lange carré en een mooie bruine kleur, moeilijk is dat toch niet?” De baby – hoewel nog beperkt wat gelaatsuitdrukkingen betreft – wierp me een veel betekenende blik toe. Ik rook onraad. Al kon dat ook een volle luier zijn.

Victoria’s Secret 2013

Het kapsalon lag een paar straten verwijderd van een populaire Antwerpse buurt waar hippe mensen graag statige herenhuizen bewonen. Dat leerde ik op Google maps. De realiteit leerde me dat het hoekpand nét buiten die onzichtbare maar bijna tactiele perimeter van Antwerpse hipheid lag. Maar er was parkeerplaats voor de deur, en dan klaag je niet.
Toen ik de deur opende, rook ik voor de tweede keer die dag onraad. Al had dat deze keer niets met volle luiers te maken. De kapper die me de hand schudde, was niet de man die ik een paar dagen eerder aan de lijn had. “Hij is aan het werk in zijn ander salon, ik ben de nieuwe compagnon.” Hij was kort van stuk en droeg een glanzend driedelig pak en leek over de blinkende tegelvloer te zweven. Boven de wastafels hingen maar liefst drie televisieschermen die simultaan het Victoria’s Secret defilé van 2013 uitzonden. Alweer roerde mijn buikgevoel zich.

De bovenste stukjes waren niet langer dan vijf centimeter, daaronder lagen en lagen opgeknipte lokken. Waarom had ik niet eerder opgemerkt dat het zó erg was? Was ik misschien high van de chemische ontkleuring? Of was ik in slaap gevallen terwijl hij knipte? Was ik …  het sterrenmeisje Kimberley van het kapperswezen?

“Wat gaan we doen vandaag?” vroeg de kapper terwijl hij me een groot boek met haarkleurstalen overhandigde. “Gewoon bijknippen en de kleur opfrissen”, zei ik. Zijn wenkbrauw ging bedenkelijk de hoogte in. Hij vond dat we moesten gaan opknippen, en met laagjes werken. ‘Opknippen’, ‘laagjes’, ik voelde mijn maag wankelen. “Je zal het wel zien, zo zal je gezicht beter uitkomen. Het wordt zoveel luchtiger, alles op eenzelfde lengte maakt het haar veel te zwaar. Dat is niet meer in.” Ik kende Tati uit Blind Getrouwd toen nog niet, maar ik zweer dat ik op dat moment een visioen over haar kapsel kreeg. Een koude rilling klom rond mijn ruggengraat omhoog, maar ik zweeg. Omdat ik een loodgieter ook niet wil zeggen hoe hij een cv-ketel installeert, of hoe een elektricien het best sleuven freezet of hoe Marcelo Ballardin een ‘soe-par-lek-kahr dish’ moet bereiden. Van een kapper verwacht ik doodleuk dat die kappen kan.
En kleuren daarbovenop. “Een mooi, diep, warm bruin”, stelde hij voor terwijl hij met zijn propere gemanicuurde hand over de bruine haarplukjes met rode ondertonen aaide. “Geen rode glans!”, zei ik. Dat wist ik wel zeker. Hij schrok zichtbaar. “Oké, dan zoeken we verder. Wat denkt ge van mèches?”

De Instagram van Anna Wintour

Een dik kwartier later kregen mijn haren een eerste lik verf. Ik zag een wantrouwend spiegelbeeld, de kapper ging vrolijk kwetterend verder. “Wat tof dat gij voor een boekske werkt, veel concurrentie zeker? Van de Vogue (er is geen Vlaamse editie), Harper’s Bazaar (same) en al die andere, nee? Ik had tegen mijn compagnon gezegd dat hij een advertentie in zo’n boekske moest nemen. Dat was mijn idee. Want ja, dan heeft ie-de-reen het wel gelezen hè?” Het ontbrak me aan de zin en energie om de man uit te leggen dat het toch al een poosje niet zo goed gesteld was met de Vlaamse bladenmarkt. “Ik volg die ene ook zo graag op Instagram. Hoe heet ze nu ook weer, die met hare grote bril. Van den ELLE. Die is écht niet te doen, die.” “Anna Wintour van de Amerikaanse Vogue?”, probeerde ik. “Ja die! Speciaal madam.” Ik glimlachte beleefd naar mijn spiegelbeeld voor mijn aandacht weer naar mijn telefoon ging. “Werk”, probeerde ik nog. “Ja, dat stopt waarschijnlijk nooit in uwen business, hè?”
Victoria’s Secret uit 2013, Anna Wintour nog steeds als dé koningin van de mode werd aanzien (no offence, Wintie) én de populariteit van modebladen zwaar overschatten? De kapper was voorwaar een tijdreiziger en met elke mèche die hij trok, kwamen we dichter bij onze eindbestemming: het magische jaar 2000.

Verveling
kapselkater highlights

Chunky highlights in the making.

Tijdreizen mag dan spannend lijken, ik vond het vooral lang duren. Ik zat intussen al een eeuwigheid op die stoel tussen de chemische dampen. Eindelijk naar de wasbak! Nog meer beha’s van Victoria’s Secret bekijken! En dan opnieuw terug naar die verrekte kappersstoel!
Eindelijk werd het schaartje bovengehaald. Hij knipte, en bleef maar knippen tot ik vroeg of het niet stilaan genoeg was geweest. “Nog een beetje voor meer slag!” Toen hij de schaar opborg en de haardroger en ronde borstel bovenhaalde, had ik er zodanig genoeg van, dat het me allemaal niet meer kon schelen. Ik wilde gewoon naar huis. Naar 2019. Desnoods met een kale kop. Na nog eens drie kwartier van hypnotiserend haardrogergezoem was daar eindelijk het verlossende “Tadaaaaa!”
Triomfantelijk hield hij een spiegel achter mijn hoofd en ik glimlachte. Toen hij vroeg of het goed was zei ik van ja. En toen hij een paar ‘fotookes’ voor zijn baas wilde maken, poseerde ik als een mak lam met een schaapachtige glimlach. Aan de kassa betaalde ik 155 euro en mocht dan, na bijna zes uur, eindelijk naar huis.

De Rachel die niemand wil

In badkamer ging ik voor de spiegel staan. Op mijn schouders golfden plukjes haar omhoog. Vanuit mijn kruin vertrokken dikke chunky highlights, leuk bij Kelly Clarkson in 2000, maar nu hopeloos gedateerd. Toen ik mijn handen door de haren op mijn achterhoofd liet glijden, sloeg de paniek me pas echt om het hart. De bovenste stukjes waren niet langer dan vijf centimeter, daaronder lagen en lagen opgeknipte lokken. Waarom had ik niet eerder opgemerkt dat het zó erg was? Was ik misschien high van de chemische ontkleuring? Of was ik in slaap gevallen terwijl hij knipte? Was ik …  het sterrenmeisje Kimberley van het kapperswezen?

kapselkater

Lekker opgeknipt.

Verdict van het kapsel: een duidelijk gevalletje: business in the front, party in the back. Dit was een Rachel die dé Rachel aan het huilen zou brengen. En plots moest ik heel erg hard lachen. Hoe was het zover kunnen komen?
“Sorry, maar het is écht erg”, stuurde mijn zusje als antwoord op een foto. “Ben je op Linkeroever naar een kapper geweest?” was een reactie die ik meermaals kreeg.

Spookpijn

Rachel uit de koopjeshoek

‘s Avonds had ik last van haarspookpijn. Ik miste body, een volle staart. Het voelde vreemd om de opgeknipte massa op mijn hoofdkussen te leggen. Mijn eerste kapselblunder was een feit, geheel onverwacht, want ‘bij mij konden ze niet zoveel verkeerd doen.’ Wel dus. Ik deelde mijn haarmalaise op sociale media en kreeg meteen veel bijval. Haar is duidelijk een gevoelig punt. “Haardrama is real! Haar moet met respect behandeld worden. Hoop dat jouw haarkater niet te lang duurt. Courage”, schreef een blondine. “Ik voel met je mee. In het begin van mijn zwangerschap toegezegd voor een kapselmake-over. Vijf uur bij de kapper gezeten en uiteindelijk met een zware kapselkater thuis gaan wenen …” deelde iemand anders.
“Ah kuuuuuuuuuuut”, vatte de rest van de berichten zowat samen.
Hazard of the job“, stuurde een beautycollega. “Ik kreeg ooit eens acajou haar met rode vlammetjes. Misschien het moment om eens kort te gaan?” Ik liet haar fijntjes maar vooral met misplaatste trots weten dat ik voor mislukte kapsel wel degelijk in diep eigen geldbeugel had getast. Gij nu.

Niet zomaar haar

De volgende ochtend bond ik mijn haar vast in een triestig klein staartje en bedacht, toen het licht op mijn brede geblondeerde mèches viel, dat ik ongelijk had. Haar is niet zomaar haar. “Dat is het zeker niet”, vertelde hair stylist Ilham Mestour me later. “Haar heeft een grote impact. Als je huid mooi is en je haar goed zit dan heb je geen make-up nodig. Omgekeerd is het minder waar: als je mooie make-up draagt, maar je haar zit voor geen meter, klopt het plaatje niet. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat haar dé belangrijkste troef van een vrouw is. Haar is het eerste wat je ziet, pas daarna kijk je naar de ogen.”
Ook de bekende kapper Jochen Vanhoudt weet waarom een verkeerde snit voor hartzeer kan zorgen. “In tegenstelling tot kleding, kan je niet zomaar even snel van kapsel wisselen als het tegenvalt. Het is iets waar je elke dag mee geconfronteerd wordt. Als je niet blij bent met je haar, ga je minder zelfzeker door het leven.” Zelfs een kapper met jaren ervaring op de teller, trekt soms onzeker de deur van zijn salon achter zich dicht. “Als iemand niet tevreden is, kan ik daar een week mee inzitten. Ik vind het ook belangrijk dat een klant het uitspreekt als die niet tevreden is. Dan kunnen we samen naar een oplossing zoeken. Maar ze moeten wel durven spreken, niets is zo erg als iemand die zegt dat alles in orde was en nadien een slechte review schrijft. Ontevreden klanten mogen me twee of drie dagen later nog altijd opbellen en krijgen een nieuwe, gratis afspraak.

Verdict van het kapsel: een duidelijk gevalletje: business in the front, party in the back. Dit was een Rachel die dé Rachel aan het huilen zou brengen. En plots moest ik heel erg hard lachen. Hoe was het zover kunnen komen?

De eindpuntjes

Zelf stuurde ik twee dagen na het kappersbezoek een mail naar de eigenaar. Ik vertelde hem dat ik het jammer vond dat hij niet zelf aanwezig was en dat ik vooral de compleet gedateerde look van mijn nieuwe kapsel betreurde. Hij schreef terug dat hij ook niet tevreden was met wat hij had gezien op de foto’s die zijn compagnon hem doorstuurde en bood aan om er kosteloos nog het beste van te maken.
Noem het toeval, noem het het lot, maar een paar dagen na mijn kapselnachtmerrie was ik uitgenodigd in een fancy kapsalon om er een nieuwe verzorgende tijdelijke kleuring van Moroccanoil te testen.

franck perez

Niemand minder dan topkapper Franck Pérez was uit Parijs afgezakt om de aanwezige pers te woord te staan. De man bekeek mijn haarhoopje met een mix van medelijden en ongeloof (“He really fucked up”) en was zo aardig om mijn haar niet alleen te kleuren maar ook nog bij te knippen. Een heel pak korter, maar een heel pak rechter en hedendaagser. Eeuwige dank aan de kapper Franck en mijn vrienden van pr-bureau Turbulence.

Vijf maanden later is mijn haar bijna weer zoals ik het graag hebben wil. De korte stukjes achteraan hebben weer een aanvaardbare lengte en de Rachel uit de koopjeshoek is no more. Door de Coronacrisis zit ik nu wel met een centimeters brede uitgroei en een verschoten haarkleur, maar dat is niets vergeleken met mijn kopzorgen van vijf maanden geleden. Nu zijn er weer andere zaken om mijn hoofd over te breken.