Van kleuterclown tot Cleopatra, op mijn gezicht passeerden al heel wat opvallende beautylooks de revue. Soms creatief, vaak too much. Een overzicht van mijn meest in het oog springende make-up.

Op zaterdagochtend langer in bed blijven liggen, zat er voor mijn moeder niet in. Daar zou ik het nu zelf moeilijk mee hebben, maar met terugwerkende kracht gevoelens van medelijden ervaren heeft weinig zin, en wel om de simpele reden dat het haar eigen schuld was. Het was immers zij die me inschreef voor zaterdagse lessen aan de tekenacademie, in een verhoopte poging om de creativiteit die in kind nummer 2 schuilde verder te ontwikkelen. En zo zette ze me elke zaterdagochtend af aan de met graffiti bekladde deur van een gebouw dat in de week dienst deed als kunstschool en er in mijn herinnering uitzag als een onder de plakkaatverf vastgekoekt kraakpand. Niet dat ik als zesjarige al menig kraakpand had gezocht, ook in de jaren die volgden niet trouwens, maar ik kon er me wel wat bij voorstellen.

Junglegroen

Die allereerste keer vloeide er geen waterverf maar tranen en smeekte ik mijn moeder om me terug mee te nemen naar huis. De zaterdag nadien stond ik opnieuw voor de met graffiti bekladde poort, zonder tranen en met mijn koffertje met schetsboek en een paar potloden stevig in de hand. We gingen schilderen. De keuze voor het onderwerp was vrij, enkel de kleurkeuze was beperkt. Eén kleur om precies te zijn, en wit en zwart om te mengen, daar moesten we het mee doen. Ik koos voor groen en maakte een hoopje door gele en blauwe verf met elkaar te mengen, daarna voegde ik wit en zwart toe en schilderde een wilde jungle. Een blad vol penseelstreken in alle tinten groen die ik op mijn schilderpalet bij elkaar gemengd kreeg. Het werd een knappe kleurstudie die ingekaderd aan de muur in de woonkamer van mijn ouders eindigde. Er zijn zesjarigen die het nooit verder schoppen dan een ereplaatsje op de koelkast. En met een op de bodem van een pak Cornflakes gevonden magneet, in plaats van een houten kader.

Na vier uren van ongebreidelde creativiteit pikte mijn moeder me weer op. Soms hing ik nog onder de olieverf, een andere keer was het ecoline. Soms zagen mijn handen nog zwart van de houtskool, af en te zat de klei nog onder mijn nagelriemen. Een enkele keer kleefde de behanglijm nog in mijn haar. Een gigantisch papier-maché zeepaardje maak je met volledige toewijding, of niet.

Stilleven met zwemvliezen

Stillevens noopten mijn enthousiasme. Hoe ouder ik werd, hoe minder ik erin slaagde om de realiteit op papier te krijgen. Een trio citroenen en een sinaasappel, of de academiestudent die een centje bijverdiende door een hele voormiddag slechts gehuld in een zwembroek, snorkel en een paar zwemvliezen in het midden van een kil klaslokaal op een wankele tafel poseerde. Ik was inmiddels een tiener en bracht mijn zaterdagochtenden liever wat langer in bed door. Mijn koffertje bleef  in de gang staan.

Gezicht als canvas

Ik vond in mijn gezicht een nieuw blank canvas en schilderde steeds vaker met penseeltjes van twijfelachtige kwaliteit op oogleden en lippen. Naar de middelbare school met zwart omrande ogen en een flinke laag bordeauxzwarte oogschaduw. Mijn moeder zag het met lede ogen aan en schudde meewarig het hoofd toen ik het huis met drie steentjes onder mijn ooghoek – geïnspireerd door nineties Gwen Stefani – verliet. Eens op kot, alwaar de lokroep van het uitgaansleven nog luider weerklonk dan voorheen, experimenteerde ik met de spannendste kleuren uit mijn paletten. Kleurstudies van blauw, fuchsia en appelblauwzeegroen. Op mijn wimperrand kleefde ik met de precisie die je van de maker van Zwitserse horloges verwacht een rij strasssteentjes die eigenlijk voor nagels waren bestemd. Een risicovolle onderneming gezien mijn pijnlijk voorgeschiedenis met wimperlijm. Maar het stond zo leuk bij dat witte vintage bontjasje dat ik na lang aandringen voor een goede prijs op de kop tikte.

Mijn beautylooks waren experimenteel, speels en achteraf gezien vaak van het goede te veel; maar het doorbladeren van fotoalbums brengt een hoop mooie herinneringen met zich mee. Toen ik Victoria Beckham (Spice Girl!) enkele jaren geleden interviewde naar aanleiding van haar make-uplijn in samenwerking met Estée Lauder, vroeg ik haar hoe zij op bepaalde looks uit het verleden terugkijkt. “Ik denk meestal, ach, het zag er toen goed uit en die beslissingen – of het nu gaat om slechte make-up, kapsels of modemissers – hebben me gevormd tot wie ik nu ben. Ik zit er echt niet mee in.” Ik kan haar hierin enkel volgen, op deze persoonlijke beautybloopers na.

Spatje kleur

Vandaag spring ik iets voorzichtiger om met de kleurtjes uit mijn make-upkoffer (die eigenlijk een kamer is), op een felgekleurde eyeliner of in het oog springende lipkleur na. Ik heb meer make-up dan toen maar ben zuiniger in mijn aanpak, beter misschien.
Met dank aan de vele tips van professionals die ik de afgelopen jaren via mijn job verzamelde. En YouTube-tutorials natuurlijk. De mode evolueerde, wat in de naughties compleet aanvaardbaar was, is nu al snel over-the-top en voelt gedateerd. Het ‘nieuwe nude’ is niet langer een (tot in den treure) herhaalde catwalktrend, maar behelst de definitie van hedendaagse schoonheid. Al vraagt het leven, dat zich momenteel vooral binnen vier muren afspeelt, soms om wat extra kleur. Op de lippen bijvoorbeeld. Niet met een fuchsia krijtje, maar een luxueuze lippenstift van Hermès doet ook wonderen voor het gemoed.

Een overzicht van mijn meest in het oog springende make-uplooks.

Klik op een foto om te vergroten.